van de heldin en het monster in harnas

En ‘s anderendaags, vandaag, ween ik natuurlijk, zo gaat het altijd, ik kan niet goed bij mensen zijn. Wat ik na zo’n avond wens is dat elke aanwezige de volgende dag vergeten is dat ik er was of wat ik zei. Mezelf uitwissen. Uitwissen dat ik andermans ruimte innam. Uitwissen dat ik onbedoeld domme of lompe uitspraken deed. Uitwissen dat ik niet uitgelegd kreeg wat ik bedoelde.

Don’t meet your heroes, zegt men, en bij mijn eerste poging reden enkele jonge kerels in een verkeerstunnel op onze wagen in. DON’T MEET YOUR HEROES brulde elke wagen die langsreed in de tijd dat we daar vast stonden. Ik was geneigd te luisteren.

Maar de volgende dag kwam mijn heldin nog elders in de buurt en mijn liefste en mijn redacteur wisten me te overtuigen: DO meet your heroes.

Ik kan het alleen maar geharnast en ongewapend.

Het begon al met mijn redacteur. Mijn moeder leefde nog toen ik hem de vorige keer zag. Nu niet meer. Zodra ik zijn blonde hoofd boven de anonieme mensen herkende, schoot ik in mijn harnas. OK, omhels me maar, maar laten we daarna doen alsof er niets gebeurd is, laten we dan doen alsof we het nooit over mijn moeder gehad hebben, ik weet niet waarover we verder nog kunnen praten, maar praten jullie maar en ik zal wel luisteren.

Later, in de boekhandel, was daar V. en het was de eerste keer dat we elkaar ontmoetten. We hadden een klik via het geschreven woord en ik was bang dat ik met mijn gesproken woorden alleen maar zou teleurstellen dus hadden we elkaar nog niet ontmoet en nu stonden we hier plots tegenover elkaar dus moest ik snel in mijn harnas. Hoe doen andere mensen dit, met elkaar praten zonder angst saaie monsters van zichzelf te maken?

Het is de schuld van de literatuur natuurlijk. De literatuur heeft me verpest voor de mensen. Ik wil alleen maar een spons zijn. Ik wil alleen maar wat ik absorbeer binnen in me laten gisten. En misschien sijpelt er met veel geduld en gedoe wel eens een leesbaar lijntje inkt uit. Maar als ik mezelf moet uitknijpen… Wel, al wat je krijgt is een gistend sopje. Wis het uit.

Ik benijd ze, de mensen die kunnen denken en spreken tegelijk.

En ik benijd dat ze niet beseffen hoe benijdenswaardig dat is.

Mijn heldin was alles wat ik gehoopt had en nog veel meer. Ze hing wijdbeens op haar stoel, dacht luidop na in de microfoon, op elke vraag zocht ze ongehaast een antwoord en haar handen spraken mee, wat hield ik van haar dansende handen, ze keek het publiek open en zonder verpinken aan, had een schallende lach, ze ging diep zonder terughoudendheid, ze nam zonder verontschuldigingen alle ruimte in die haar toekwam, ze was alles wat ik nooit durfde zijn.

Ik hing als een spons aan haar lippen. Ik zat te slikken en knikken. Jà, het vraagt tijd om een moedige lezer te worden. Jà, het boek dat je schrijft wordt een oprijzend landschap. Jà, je moet je onbewuste vertrouwen en diep durven gaan… jà! jà! jà!

Maar slechts een spons zijn is onbeleefd en zelfzuchtig, er moet wederzijdsheid zijn. Dus ik probeerde het wel, mezelf uitknijpen, tijdens het signeermoment, en later, aan de tafel buiten, en nog later, aan de tafel in de kroeg, dat ze me met haar boek de toestemming had gegeven zo wild te schrijven als ik dat wil zonder nog iets te geven om de conservatieve kritieken, hoe het mij aan literatuuropleiding ontbreekt en wat zij van de hare geleerd heeft, hoe onmetelijk belangrijk haar keldermeisje voor me is, over weer leren durven zwemmen… maar ik kreeg niet uitgelegd wat ik bedoelde, ongetwijfeld deed ik domme of lompe uitspraken, ik nam ruimte in die ik niet wilde, ik wilde zo graag alleen maar een spons zijn.

Ik mis een of andere schakel tussen denken en spreken. Ik heb een wroetende omweg gevonden langs het geschreven woord maar de schakel die iedereen lijkt te hebben en dus als natuurlijk beschouwt, als normaal en vanzelfsprekend, die ontbreekt bij mij.

Op een dag zal ik in een boek het juiste woord daarvoor vinden, bij voorkeur een medische term of een Latijnse naam, en dan zal ik voortaan aan het begin van elk gesprek kunnen zeggen: in mijn hersenen ontbreekt de ….. ……. dus vergeef me, ik kan alleen maar luisteren, laat me maar gewoon een spons zijn die in het plasje ligt dat uit je mond stroomt.

Liefste V., liefste redacteur, liefste Claire-Louise, wis dat ongemakkelijke monster in harnas van gisteren uit je herinnering, het wilde liever een spons zijn.

2 thoughts on “van de heldin en het monster in harnas

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s