het vrouwattribuut

De verteller is een man op reis in Portugal. Hij reist niet alleen, maar als lezer komen we niets te weten over zijn reisgezellin, niet eens haar naam. Naar goede gewoonte is de vrouw een attribuut, een accessoire dat op de juiste momenten de juiste seksuele handelingen verricht (” ‘s Avonds trok ze me af omdat ik dan zo goed slaap.”) De – o edelmoedige – verteller bekijkt en behandelt haar niet onwelwillend. Laat ons zeggen als een gehoorzaam huisdier. Op een ochtendwandelingetje is de verteller getuige van een niet alledaags seksueel gebeuren in een bouwval: een blondine in zwarte lingerie staat met geboeide polsen geketend aan een dakbalk, een Dracula-type met een slecht been masturbeert in haar richting vanuit een badkuip vol bloed. De verteller doet niets. Er volgt wat sightseeing, en wat seks met zijn vrouwattribuut. Dan keert de verteller terug naar de bouwval en is er getuige van dat het Dracula-type de – deze keer volledig naakte – geboeide en geketende blondine eerst beft, haar vervolgens penetreert met het ivoren ganzenei dat de knop is van zijn wandelstok, en dan, op het toppunt van haar… orgasme?pijn?… de wandelstok als een volleerde majorette omkeert, de blondine spietst op de punt van zijn stuk, en haar vrouwenbloed drinkt, zich ermee insmeert en erin masturbeert. De verteller doet weer niets. ‘s Anderendaags keert hij nogmaals terug. 28 minuten staat hij te kijken naar de geboeide en geketende blondine, te wachten op het Dracula-type. Dan schiet hij de wandelstok van Dracula kapot, de man valt netjes met zijn nek op de rand van de badkuip. Verder doet de verteller niets. Weer volgt er wat sightseeing en wat seks met het vrouwattribuut (“Ze nam het van me over en trok me af tot ik tussen haar borsten spoot. Ik dekte mijn zaad op haar buik toe met haar truitje, ze lachte behaaglijk ronkend met een diep keelgeluidje en we sliepen tot de middag van de eerste januari.”). De verteller gaat nog een laatste keer kijken bij de bouwval. Die is leeg. Geen vrouw, geen boeien en ketens, geen dode Dracula, geen tobbe vol bloed, niets.

Als je zou moeten raden wie dit gedrocht schreef, een man of een vrouw, wat zou je dan zeggen?

Mis.

Ik ( = vrouw) schreef het. Een jaar of dertig geleden. Het is mijn eerste publicatie (als je literaire tijdschriften niet meetelt). Een bevriend kunstenaarstriumviraat ( = mannen) had me gevraagd een erotisch verhaal te schrijven over een foto die ze me gaven, zij zouden er dan een mooie bibliofiele uitgave op 20 exemplaren van maken.

Na 13 jaar in dit huis is onze bibliotheekruimte gerealiseerd en kunnen de gelezen boeken eindelijk uit hun dozen. Zo stond ik gisteren opeens met mijn exemplaar van dat in lijkwit leer ingebonden boekje, mijn eerste publicatie, in handen. Ik herlas het en ging een beetje kapot.

Het is niet louter diepe schaamte. Het is ook verdriet, en machteloze woede.

Ik herinner me de lezer die ik was. Ik las nooit vrouwelijke auteurs, zij schreven minderwaardige literatuur. Ik herinner me de schrijver die ik was, ik schreef alleen voor en samen met mannen, ik kende niet één vrouwelijke beginnende auteur, zij waren quantité négligable, ik wilde bij de mannen horen, one of the guys zijn, zij waren the place to be, zij waren de top.

Ik herinner me het meisje dat ik was. Tweede kind, eerste dochter (met na mij nog een dochter en nog een zoontje, een op handen gedragen godenkind) van een selfmade man en zijn huisvrouw die zelf ook opgekweekt was met de heersende boodschap dat de vrouw ten dienste stond van de superieure man. Onderwijs en maatschappij beaamden dat: wat vrouwen deden was van dienend of ondergeschikt belang, de mannen waren de goden en de helden. In je kindertijd kon je je nog Pippi Langkous als voorbeeld voorhouden, maar dat was gewoon een ondeugend kind. Eens je tot de jaren van verstand kwam, waren er geen vrouwelijke rolmodellen meer (zichtbaar), mannen waren dus duidelijk superieur. Zo’n feministe wilde je zeker ook niet zijn, dat waren alleen maar mannenhaatsters, ofwel omdat ze te lelijk waren om zelf een man te kunnen krijgen ofwel omdat ze lesbiennes waren. En ik hield zo van mannen. Ik was stapel op mannen. Nee, als je het niet kon laten om meer te willen dan je dienende rol, als je het euvele lef had om dezelfde dingen te willen als mannen, dan deed je dat best op hun manier, dan zorgde je dat je one of the guys werd.

Ik herinner me de diepe teleurstelling elke keer een man dommer bleek dan ik, of slechter schreef, niet kritisch nadacht of creatief of ambitieus was. Een god of held die van zijn voetstuk viel.

Een paar dagen geleden keken mijn heerlijk niet-patriarchale man en ik naar ‘Hans Dorrestijn alleen op een eiland’. Ik heb nog steeds goden en helden (maar intussen gelukkig ook al evenveel godinnen en heldinnen) maar Hans Dorrestijn is er niet een van, zijn humor van kinderachtige naïviteit is niet de mijne, we keken voor het landschap omdat we, als we er niet zijn, altijd snakken naar de Wadden. In deze tv-reeks ontpopt Dorrestijn zich tot jengelend heb-meelij-met-mij-mannetje maar ach, we snakten weer eens naar de Wadden dus keken we toch maar weer eens. Ik heb de naam niet onthouden van zijn gaste (alleen is hij zelden op zijn eiland), het is een columniste, en een forse sterke vrouw die blijkbaar geen blad voor haar mond neemt in haar columns en boeken, NOUVEAU FUCK stond er op haar muts. Het mannetje Dorrestijn bekent haar dat hij het niet zo leuk vindt dat ze een betere schrijver is dan hij. Het bekende zogezegd adorerende maar in wezen kleinerende riedeltje van “maar jullie hebben al jullie schoonheid en wij mannen zijn maar zulke onbenullen in vergelijking met jullie verheven schoonheid en lieflijkheid, onze talentjes zijn het enige dat we hebben om toch maar iets te betekenen, en als jullie daar dan ook nog eens zo goed – of godbetert beter! – in zijn, wat hebben wij arme mannen dan nog, wat zijn we dan nog waard”. Voor ik kon spuwen op ons tv-scherm diende de columniste hem vriendelijk van antwoord: “maar Hans, mogen wij ook iets doen in plaats van alleen maar te zijn?, ik wil ook creëren, niet alleen maar zijn”. De vrouw als attribuut, mooi decorstuk voor het superieure mannetje.

En vrouwen die nooit, maar dan ook nooit, aan de male gaze kunnen ontsnappen.

En hoe we dat internaliseren.

Ach, het was maar domme cafépraat, werd her en der vergoelijkt toen een sportverslaggever dankzij een nog openstaande microfoon betrapt werd op denigrerende uitspraken over vrouwen. Komaan, gewoon slechte humor van jongens onder mekaar, haha. Helemaal niet kwetsend want ‘t was niet de bedoeling dat vrouwen het zouden horen. Vrouwen gaan zelf ook op café, of ze horen al eens hun broer en diens maten of hun vader en diens collega’s onder mekaar bezig, ze kénnen die praat die ‘niet slecht bedoeld’ is, ‘gewoon een grapje, geen gevoel voor humor hé, die vrouwen’. Het is zo’n praat die ervoor zorgt dat elke vrouw die in een gezelschap van mannen komt, weet dat ze zo bekeken en beoordeeld wordt. Die weet dat ze een hindernis – als ze een mooie, jonge vrouw is, want als ze niet ‘fuckable’ is dan zijn dat twee hindernissen – over moet als ze ook inhoudelijk iets wil betekenen, als ze meer dan een attribuut wil zijn.

Het is ook dergelijke praat die kleine jongens horen van hun vader en zijn collega’s, van hun grote broer en diens maten, van neven, van ooms, van oudere jongens op het schoolplein, van sportverslaggevers of Dorrestijn-mannetjes of andere publieke figuren, op café…

Ik heb een vriendin met twee studerende dochters. Een ervan weet persoonlijk al van minstens drie verkrachtingen van medestudentes in het voorbije jaar. Hoeveel het er in werkelijkheid zijn, moet een meervoud zijn. Een had zelfs bijtwonden. Allemaal voelen ze zich schuldig, allemaal zijn ze bang. Slechts één durfde aangifte doen. Een jaar lang werd zij telkens opnieuw ondervraagd, moest telkens opnieuw haar verhaal doen. De verkrachter kreeg uiteindelijk drie maanden in een soort heropvoedingsinstelling. Mijn vriendin begrijpt niet dat dat in deze generatie nog niet veranderd is, we hadden toch #metoo, zulk gedrag en zulke mannen worden toch openbaar aangeklaagd…

Maar wat leren we onze zoons? Welke praat horen ze? Wat zien ze in de populaire media? In hun internetporno? Welk vrouwbeeld bouwen ze ermee op?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s