op straffe van onzichtbaarheid

Terwijl ik in wijdheupse ganzenpas door de tuin waggel om handmatig duizenden esdoornzaailingen weg te wieden, een activiteit die ik ten zeerste kan aanbevelen om jezelf terug te brengen tot bescheiden afmetingen en ondertussen te luisteren naar de vogels en de wind die iets voorspelt, al moet je natuurlijk niet overdrijven want voor je het weet heb je jezelf een lumbago gewaggeld en brengen de ontstekingsremmers je nederigheid nog verder terug tot je nog slechts één grote maag- en darmkramp bent, een staat die ik ten zeerste kan afraden, maar waar was ik gebleven, o ja, in wijdheupse ganzenpas waggelend door de tuin, onderweg boompjes in de kiem uittrekkend, een boom met mezelf opzettend (hahahilarious) over waarom ik me zo geërgerd had aan dat interview dat Mark Schaevers afgenomen had van Niña Weijers.

Ik las Niña Weijers’ boeken graag. Ik wist niet dat er een nieuw staat te verschijnen. Ik wist ook niet dat ze zwanger was maar dat interesseert me minder. Of het zou moeten zijn dat daar goede literatuur van komt, van die zwangerschap.

De titel van het interview (‘Ik ga Arnon duidelijk maken: hé, rotzakje, je wordt wel vader, niet een rare grote broer’) had me wijzer moeten maken, toch las ik verder, in de hoop iets te weten te komen over het boek. Of over het schrijven. Als schrijvers toestemmen met interviews denk ik nog altijd dat ze daar iets zinnigs over te zeggen hebben.

De meeste vragen begonnen als volgt: “Niet zo lang geleden citeerde je in een column…”, “In 2015 zei je…”, “Arnon schreef voor het eerst over jou in een stuk in Het Parool…”, “Arnon koos na enkele weken van verliefdheid voor jou, en schreef over zijn dilemma…”, “Je hebt nooit spijt gehad in de liefde, zei je eens in een interview…”, “De al te opdringerige vraag of Arnon als minnaar meevalt, hoef ik gelukkig niet te stellen. Die heeft hij je al laten beantwoorden in een interview…”, “Nog maar een maand of negen geleden noemde Arnon in de krant…”, “Arnon noemt zichzelf voortdurend ontsnappingskunstenaar, en jij merkte in een interview ook al op…”, “Over Arnons aanstaande vaderschap ging het uitgebreid in een recente podcast…”, “Nog een quote van Arnon:…”, “Ik overval je niet met slecht nieuws als ik ook nog meld dat hij in die podcast liet weten…”, “Ik las in de krant dat Arnon…”, “Mag ik nog je gelukscore weten? Arnon heeft die bij het begin van de zwangerschap ingevuld…” enz etc.

Ben je nog goed bezig als schrijver als je in interviews niets anders te doen hebt dan beamen, weerleggen, nuanceren, bijsturen wat je (of, godbeware, je geliefde die toevallig ook schrijver is) eerder al ergens zei of schreef?

Er is een essay van P.F. Thomése, ‘Antischrijver’ heet het, waar ik regelmatig uit citeer omdat ik het niet beter kan formuleren dan hij hier al deed:

“De maatschappelijk geslaagde schrijver – dus degene die zichzelf als personage heeft gevestigd – heeft afscheid genomen van de mogelijkheden. Hij heeft gekozen. Hij is geworden wie hij is en zal zichzelf moeten blijven nadoen op straffe van onzichtbaarheid. De onzichtbaarheid die hij nodig heeft om te kunnen schrijven, maar dat is hij vergeten. Hij schrijft voortaan om succes te hebben en daarvoor moet hij zich blijven laten zien. [..] Hij plaatst zichzelf voor zijn tekst, reduceert deze tot een attribuut van zijn rol. De tekst – waar het om gaat, zeg ik er voor de zekerheid bij – wordt ondergeschikt aan zijn performance als schrijver op het podium van de actualiteit. Zodra een schrijver zijn boeken begint te overvleugelen, kun je stellen dat het voorbij is; dan worden zijn romans de accessoires van zijn beroemdheid, die tot doel op zichzelf is geworden en die een nieuw boek alleen nog nodig heeft om zich in de herhaling te kunnen bevestigen.”

Tja, zo is onze tijd nu eenmaal… Arm schrijvertje dat zich moet onderwerpen aan de machinaties van dit tijdperk van meedogenloze dwang tot zichtbaarheid.

O ja? Ben je als schrijver dan echt zo machteloos?

Ik wil een lans breken voor de vriendelijke weigering.

Een paar dagen geleden werd me gevraagd of ik een week de column ‘De mening’ voor de digitale avondeditie van De Standaard wilde schrijven. “Het gaat om een dagelijkse rubriek, waarin u reflecteert of liever opinieert over de actualiteit.” Nu zie ik niet waarom mijn mening interessanter zou zijn dan die van de volgende mens aan de toog (jaja, pre-pandemische beeldspraak), bovendien ben ik meningenmoe, maar bovenal: ik schrijf niet over de actualiteit, ik schreef een kortverhalenbundel en een roman die zich allebei afspelen op fictieve plekken en in tijden waarin niets van actualiteit doordringt, en mijn volgende roman speelt zich af in de jaren ’30 en ’60 van de vorige eeuw.

Ik heb vriendelijk geweigerd.

Ik weiger voor mijn werk te gaan staan. Mijn plaats is, onzichtbaar, achter mijn werk.

“Geachte aanwezigen,” opent Thomése zijn essay, “De schrijver is in toenemende mate iemand geworden die de schrijver vertolkt, in interviews, in tv-programma’s, in theaters, op festivals, bij allerlei gelegenheden eigenlijk, en als hij tijd overhoudt zelfs thuis aan de schrijftafel. [..] De schrijver is een personage geworden. Een figurant in het doorlopende verhaal dat ‘actualiteit’ wordt genoemd en waar deze figurant zo graag zijn kleine bijdrage aan wil verlenen. [..] Ooit bleef de schrijver verborgen in zijn eigen verhalen, kon je zelfs niet vaststellen of hij dood was of dat hij leefde. Een onzichtbare was hij, spoorloos opgegaan in de woorden die hij schreef.” En dat hij daar heimwee naar heeft, schrijft Thomése.

Ik ook.

Er werd me gevraagd of ik een stuk wilde schrijven over een uitstervende soort. Ik schreef over de nachtzwaluw. Hoe zijn onzichtbaarheid altijd zijn bescherming was. En nu niet meer. Ik laat mijn stuk eindigen met het uitsterven van de mens. En met de hoop dat voor de nieuwe levensvorm die daarna zal ontstaan onzichtbaarheid andermaal een bescherming mag zijn. Een proeflezer merkte op dat ik het over mezelf had.

3 thoughts on “op straffe van onzichtbaarheid

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s